Vertrouwen lijkt iets kwetsbaars. Alsof het kan groeien, maar ook kan verdwijnen.
En toch… wat als vertrouwen er altijd al was?
Wat als het niet iets is wat wij maken, maar iets wat ons is gegeven?
Misschien is wantrouwen ontstaan onderweg. In ervaringen die ons hebben geleerd voorzichtig te zijn. In momenten waarin openheid werd beantwoord met pijn. Langzaam hebben we lagen opgebouwd… om onszelf te beschermen.
Maar onder die lagen, is daar niet nog steeds iets wat zacht blijft weten? Een stille beweging die zich laat voelen wanneer er niets hoeft, niets bewezen hoeft te worden. Wanneer iemand simpelweg aanwezig is. Of wanneer het leven ons, zonder woorden, draagt.
Misschien is vertrouwen geen keuze van het hoofd, maar een herinnering van iets diepers. Iets wat zichtbaar wordt in de momenten waarop we durven ontvangen. Waarop we merken dat we niet alles zelf hoeven te dragen. Dat er voor ons gezorgd wordt… op manieren die we niet altijd begrijpen. En misschien reikt het nog verder.
Dat vertrouwen niet alleen tussen mensen bestaat, maar verweven is met het leven zelf. Dat het leven zich, telkens weer,
door ons heen wil uitdrukken… in zorg, in aandacht, in aanwezigheid. Misschien hoeven we vertrouwen niet te zoeken.
Niet te bewijzen. Niet vast te houden. Misschien hoeven we het ons alleen maar te herinneren.